Blog Inspectie 2.0 bao

De blog van Lucrèce Matthijs, al meer dan 20 jaar onderwijsinspecteur basisonderwijs!

20 juni 2018

Een school als thuis voor iedereen die er leeft en werkt

Ik zat zondag ook voor het scherm om te luisteren naar het Grote Onderwijsdebat in de Zevende Dag. Waardevolle zaken werden besproken, tendensen ten opzichte van verwachtingen in het onderwijs worden stilaan duidelijk.

“Dt-regel gaat verdwijnen”

Kindjes

Tot mijn grote verwondering verscheen ’s avonds bovenstaande online-kantenkop op mijn scherm als synthese voor het hele debat. “Leerkrachten moeten niet langer hameren op de juiste toepassing van de dt-regel, meent schrijfster Kristien Hemmerechts.“ Uit dit boeiende debat, waar ik verder in de tekst naar zal verwijzen, haalt de pers er die ene zin uit, die volgens mij de hele discussie niet samenvat. Heel interessant was de gelaatsuitdrukking van onze minister toen ze dit hoorde en de reactie van Dirk Van Damme, onderwijsdeskundige bij de OESO. Hij zei dat de juiste spelling een ‘fundamentele houding van zorgvuldigheid is.’ En laat dit iets zijn, waar wij de voorbije jaren minder hebben op ingezet en wat toch essentieel is. Het is belangrijk dat wij leerlingen blijven uitdagen die meer aankunnen en leerlingen faciliteren die steun nodig hebben. Het verschil tussen die twee ligt in de wijsheid van de leerkracht.

Creatieve en ondernemende jongeren

Ik ben het wel volmondig eens met de volgende zin uit het online-artikel: ”Ik vind mijn studenten nu creatiever en ondernemender dan wij vroeger waren”, meent Hemmerechts. De gesprekken die wij het voorbije jaar hadden met de leerlingen tijdens de doorlichtingen, bevestigen dit. Tijdens het leerlingengesprek krijgen wij vaak bevestiging van vermoedens of worden zaken die leerkrachten vaak niet verwoorden, duidelijk. Na de leerlingengesprekken naderen wij vaak de fase waarop wij de school kunnen inschalen. Leerlingen, en onze doelgroep is niet ouder dan 12 jaar, denken na over de omgeving waarin ze leven en leren en komen vaak zelf met alternatieven voor de huidige situatie. Jonge mensen zijn veel kritischer en ondernemender dan wij waren als kind.

Is onderwijs een kwestie van geluk?

En toen kwam in het debat de vraag “Hangt het krijgen van goed onderwijs af van de school waarin het kind zit?“ Er zijn scholen, leerkrachten die de uitdagingen van onze tijd en de noden en expansiedrang van de leerlingen begrijpen. In die klassen zien we een duidelijke instructie en motivatie waarom deze leerstof aan bod komt en welke doelen leerlingen moeten bereiken. Daarna krijgen leerlingen opdrachten die hun kennis en creativiteit uitbreiden. Leerlingen krijgen de kans om zich te verdiepen, zelfs te wroeten om de inhoud te begrijpen en tot andere en nieuwe inzichten te komen. Welbevinden komt in deze scholen doordat leerlingen zich gedragen weten vanuit respect voor hun eigenheid en worden uitgedaagd om interessante dingen te leren en tot creatieve inzichten te komen. Met de steun van de leerkrachten en die van de medeleerlingen die ernaar streven om iedereen op een hoger niveau te tillen, kom je een pak verder.

Handboek koning?

En ja, er zijn ook leerkrachten die vooral het handboek als basis nemen en zelf heer en meester zijn van de kennis die wordt overgedragen. Dat wreekt zich want deze generatie leerlingen denkt niet alleen na, ze denken zelf. Dat laatste fnuiken is zonde.

Leerkrachten moeten beseffen dat wij vandaag niet alles zelf kunnen weten. In onze klassen zitten leerlingen met ervaringen die veel rijker zijn dan die van een gemiddelde leerkracht, schrijnender dan wij ons kunnen voorstellen, diepmenselijker dan we ooit zullen meemaken. In onze klassen zitten kinderen van ouders die weerstand boden en uiteindelijk vluchtten voor regimes die mensonterend zijn. Sommige kinderen spreken vlot 4 talen. Die jonge mensen zijn niet alleen veel kritischer, velen bezitten een schat aan informatie die ons allemaal beter kan maken als mens en als maatschappij.

Krachtige leerkrachten

“Hoe zet je leerkrachten in hun kracht?” was een vraag die op het einde van het debat gesteld werd. Vanuit de onderwijsinspectie geloven wij sterk in Inspectie 2.0 als middel om scholen en leerkrachten in hun kracht te zetten. Het voorbije jaar leerde mij dat we meer impact hebben op scholen door te luisteren en door in dialoog te gaan. Wij streven niet naar de ‘geboetseerde leerkracht’ zoals een deelnemer aan tafel het noemde, integendeel. Inspectie 2.0 is het toezichtskader dat wij hanteren om de onderwijskwaliteit te meten en tevens het instrument om scholen te stimuleren om vanuit de eigen context systematisch op weg te gaan om binnen de eigen gemeenschap samen school te maken. Samen school maken is op weg gaan met de eigen instroom van leerlingen en er op elk moment naar streven om positieve resultaten te halen met die leerlingen. Een toverformule bestaat niet en dit is net de rijkdom van onze ontwikkelingsgerichte dialoog in de doorlichtingen 2.0. De overheid zette in overleg de krijtlijnen uit en elke school vult het eigen, passend project in met oog voor de eigen kwaliteitszorg, met doelgerichte effecten.

Te velde …

“Jullie bereiken heel veel met deze leerlingen die vaak een rugzakje hebben”, hoor ik mijn collega zeggen op het einde van een schooldoorlichting. Ik schrik even want dat laatste was ik even vergeten. Dit is een school waar de afkomst of de taal van de leerlingen er op geen enkel moment toe doet. Elke leerling wordt uitgedaagd om zijn talenten en mogelijkheden te ontwikkelen en de basisleerstof te verwerven. Er is een constant appel op de klasgroep om verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en voor elkaar. Nieuwsgierigheid is de motor om steeds nieuwe zaken te onderzoeken en het gesprek met de leerkrachten en met elkaar is de constante stimulans om te groeien.

Ja, ik was, door de praktijk te zien, vergeten dat dit een school was in een migrantenbuurt en er kinderen van meer dan 20 nationaliteiten samen leven en leren. Een school als thuis voor iedereen die er leeft en werkt.

4 juni 2018

Het reflectiegesprek, de laatste dag van de schooldoorlichting

We krijgen een sms’je dat ons voorbereidt op de tentoonstelling. “Het jurymoment is supergoed gegaan.” Het is een pak van ons hart. Kijkend naar haar werk luisteren we naar haar uitleg, het ingewikkelde, technische proces met de nodige creatieve sprongen die aan de basis liggen van dit grote schitterende - vooral letterlijk voor de ogen - werk. We zijn fier, maar we zijn leken. We staan tegenover een kenner. Luisteren, motiveren en proberen te begrijpen is ons deel.

Kleuren schilderdoosTijdens mijn eindstage in het buitengewoon onderwijs, heel lang geleden, maakten de leerlingen een schilderij over “de boerderij”. Ik herinner me nog levendig de onschuld in de ogen van de jongen aan wie ik goedbedoeld opmerkte  “Wat een mooi paard!”. Hij antwoordde verontwaardigd: “Het is een schaap.” Tot vandaag heb ik nog steeds het gevoel dat eens goed in mijn tong bijten een betere oplossing geweest was dan mij zo schromelijk te vergissen in vraagstelling en door voor mijn tijd te spreken. Dit zijn twee ervaringen die mij leren om het op mijn werk goed te doen, om veel te luisteren.

De inspecteurs stellen vragen waarvan zij het antwoord niet kennen

Ja, wij horen ook al eens de kritieken op de onderwijsinspectie. “Ze hebben niet naar ons geluisterd, ze willen ons een visie opdringen, ze proberen ons in de val te lokken tijdens de gesprekken …” We horen of lezen dat niet graag en streven ernaar om het steeds beter te doen. 

Tijdens de kennismaking met het schoolteam op de eerste dag van de doorlichting zeggen wij soms dat wij vragen stellen waarvan wij het antwoord niet weten. We stellen vragen om verduidelijking, om zeker te zijn dat we geen verschillende invulling geven aan de begrippen. We stellen vragen ter verduidelijking omdat wij op 4 dagen een verslag moeten afleveren van een school die wij (doorgaans) nooit op voorhand bezochten. Voor onderwijsmensen is dit misschien een ongewoon gegeven want meestal stellen ze vragen waar ze wel het antwoord op kennen of weten ze tenminste in welke richting het antwoord moet of zal gaan. Dat geldt niet voor ons. Dat is spannend, avontuurlijk en vraagt heel veel flexibiliteit om misverstanden te voorkomen.

Gesprekken in het team tijdens de doorlichting

We merken tijdens de gesprekken dat het schoolteam de ontwikkelingsschalen bestudeerde en ze voor zichzelf probeerde in te vullen. Dat is goed, een doorlichting is een kans om de neuzen in dezelfde richting te zetten, of om de eigen visie nog eens te definiëren. Elk leermoment is een goed moment. Wij vragen het team tijdens de kennismaking om heel veel met elkaar te praten tijdens de doorlichting. Weer een kans om elkaar nog beter te leren kennen en de gelijkgerichtheid binnen de school te ondersteunen.

Doorheen de loop van de week zien we dat de teamleden door de vragen - waarom en met welk effect - meer antwoorden verwoorden die wijzen op schoolinterne reflectie.

Tijdens de reflectiegesprekken de laatste dag van de doorlichting, merken we dat wat er gezegd werd gedurende de week in het inspectielokaal een bron van reflectie was in de leraarskamer. Het team benutte de week om samen en kritisch school te maken.

Luisteren kan zalig zijn

Het is zalig om op het einde van de week te horen van teamleden welke hun sterke punten zijn op school en welke hun werkpunten. Jammer genoeg maken we dit nog niet tijdens elke doorlichting mee maar we blijven positief. Wij hopen echt om meer luistermomenten te mogen meemaken want uiteindelijk is het team de architect van de school, een groep professionals. Het team moet samen verder als wij die laatste dag na het synthesegesprek de deur dicht trekken. En hoe beter het reflectiegesprek, hoe meer vertrouwen wij hebben in de toekomst van de school.