Blog Inspectie 2.0 bao

De blog van Lucrèce Matthijs, al meer dan 20 jaar onderwijsinspecteur basisonderwijs!

22 november 2017

Sinterklaas 2.0

De school en de Sint toen

Sinterklaas

Eind november, tijd om lidkaarten te vernieuwen. Ik neem contact op met een voormalige kleuteronderwijzeres, 20 jaar geleden gepensioneerd maar nog volop in de weer voor de lokale gemeenschap. Ze blijft in contact met haar oud-leerlingen, waarvan de oudsten de 60 naderen. Ik hoor in haar stem nog dezelfde dynamiek als toen ik haar lang geleden kende als directeur van een kleine, autonome kleuterschool.

Hoe wij dat tegenwoordig doen bij de onderwijsinspectie? De tijd van de doorlichtingen, de splitsing onderwijsinspectie en pedagogische begeleiding heeft ze niet actief meegemaakt. Ik vertel haar over onze nieuwe manier van werken. We gaan nu in dialoog met de school om de school te ondersteunen in haar ontwikkeling.

Ja, zegt ze, met sommige onderwijsinspecteurs kon je goed praten. Ze maakten ons bang voor de onderwijsinspectie maar dat was echt niet nodig. Haar succesverhalen liggen in de klassen. Ze vertelt over een kleuter. “Dat manneke zat volledig in zijn schelp en sprak niet”. Door hem eerst individueel aan te spreken en later zijn groepjes systematisch te vergroten, zag ze hem groeien in welbevinden en communicatie. “Ik heb dat nooit tegen de ouders durven zeggen”, zei ze. “Het was al erg genoeg dat die ouders dat kind  bang maakten voor de school en zeker voor het eerste leerjaar”. Ze ging voorzichtig om met de ouders om hen niet te kwetsen, om hen niet de indruk te geven problemen had, om het kind te sparen. Het beeld van Sinterklaas dat op mijn facebookpagina passeert staat symbool voor die tijd. Toen zwarte piet nog zwart was en een zak had, domineerde angst.

De school en de Sint nu

Sint2

De Sint is flexibel, pedagogisch geschoold en evolueert mee met de tijd, ondanks zijn gezegende leeftijd! Hij sprak de verlossende woorden bij zijn aankomst afgelopen weekend: “Er zijn dit jaar geen stoute kinderen”.  En deze woorden weerspiegelen zich in de praktijken van scholen. Wie beïnvloedt wie? We verbannen angst zo veel mogelijk want dat heeft geen enkel positief effect.

De communicatie met de kinderen en de ouders is sterk veranderd. Tijdens de vierde proefdoorlichting luisteren we waarderend naar het verhaal van een school die heel sterk inzet op de preventieve basiszorg. Initiatieven die ze nemen binnen de verhoogde zorg, staan open voor alle kleuters. Wie er zijn voordeel bij heeft, mag het gebruiken. Daardoor zijn een pak initiatieven uit de verhoogde zorg ingebed in de reguliere klaswerking, in de preventieve basiszorg. En dat gebeurt, zo zien wij bij de klasobservaties, met succes. Naast de grote aandacht voor het welbevinden van de kleuters, gaan kleuteronderwijzers in de leer om gesprekken te voeren met de ouders; om te zeggen wat ze willen zeggen en er voor te zorgen dat mensen niet ontmoedigd geraken maar hun kind blijven stimuleren.

Tijdens de gesprekken horen we overtuigde, enthousiaste kleuteronderwijzers die weten wat ze doen, voor wie ze het doen en waarom. We zijn overtuigd! In deze autonome kleuterschool zijn er alleen professionele leraren!

 

 

16 november 2017

Van een 2 naar een 1 in 5 stappen

scholen vertrouwen geven

Tussen de proefdoorlichtingen door, volgen we doorlichtingen op die drie jaar geleden een advies ‘gunstig beperkt in de tijd’ kregen. Tot eind dit kalenderjaar voeren we deze opvolgingsdoorlichtingen uit zoals voorheen. Vanaf 2018, onder voorbehoud van goedkeuring door het Vlaams Parlement, zullen de scholen die nog een lopend advies ‘gunstig beperkt in de tijd’ hebben een ‘nieuwe doorlichting 2.0’ krijgen vanaf de datum die het verslag vermeldt.

 

Opvolgingsdoorlichtingen zijn doorgaans nog leerrijker dan de gewone doorlichtingen. Het is fantastisch om de evolutie te zien die de schoolteams doormaken. Het schoolteam ziet het terug zitten nadat ze door het dal van aanvaarding, veel overleg, professionalisering en uiteindelijk bijsturing moesten gaan.

Als de school of onvoldoende bijstuurde of de weg naar vernieuwing en verandering nog niet vond om allerlei redenen, is een opvolgingsdoorlichting zwaar, zowel mentaal als emotioneel. Deze opvolgingsdoorlichtingen, gelukkig is dat een kleine minderheid, eindigen met een ongunstig advies.

 Ik vertel graag het verhaal van een opvolgingsdoorlichting die wij mochten meemaken. Het is een positief verhaal maar misschien herken je er jouw school in.

Te veel papier, te weinig actief leren

Het zal je maar overkomen. Je werkt hard, je probeert te voldoen aan alle verwachtingen of vermeende verwachtingen van onderwijsinspectie, begeleiding, nascholers en dan komt de onderwijsinspectie. Ze luisteren, ze praten, ze begrijpen maar uiteindelijk geven ze een advies ‘gunstig beperkt in de tijd’. Niet voldoen aan de verwachtingen van de overheid omdat die vele plannings- registratiedocumenten en toetsen het team afhouden van actief onderwijs en de onderwijstijd in het gedrang brengen. Bovendien oordeelden wij, het inspectieteam, dat de school te weinig inspeelde op de veranderende instroomkenmerken en noden van leerlingen. Dit overkwam een hardwerkend team en het kwam hard aan.

Yes we can!

Teamwork successWe zijn terug. Via een powerpoint loodst het beleids- en zorgteam ons doorheen de vele veranderingen binnen de school. Het team start met de analyse van het doorlichtingsverslag, hun sterktes en hun zwaktes en hun verbeterpunten. We luisteren met toenemend respect en bewondering. Dit is een nieuwe school, een school met een eigen visie op goed onderwijs, een gemeenschap van samenwerkende en elkaar-inspirerende mensen. Een school waar we horen dat de leraren nu veel gelukkiger zijn en hun kinderen beter kennen. Wij zien tijdens de observaties enthousiaste leerlingen die kunnen samenwerken en kunnen zelfstandig werken. De leerlingen hebben een hoge participatiegraad in zowel het schoolgebeuren, het klasgebeuren als in het eigen leerproces.

Van een 2 naar een 1 in 5 stappen

1. De administratieve lasten beperken

centrale principesHet is geen sinecure voor een team met een sterke plichtsbewustheid om met alles in orde te zijn en te aanvaarden dat ze niet meer zoveel moeten turven en opschrijven. Tijdens de doorlichting  vonden de leraren dat ze veel tijd staken in papieren die ze niet altijd zinvol vonden. Achteraf bleek het hun houvast, hun zekerheid te zijn. Loslaten van vaste en strakke planningen vroeg van de teamleden een enorme mindshift. Maar ze gingen aan de slag om na te denken over wat zinvol en nuttig is en wat ze kunnen vereenvoudigen, weglaten om toch tot goed onderwijs te komen. Het team koos ervoor om zich verder te professionaliseren in de preventieve basiszorg. Via een aangepast klasmanagement krijgen kleuters en leerlingen meer leerkansen. Zo werken leerlingen meer samen om te leren van elkaar. Instructies gebeuren vaker in kleinere groepen. Door doelgericht te werken, doelen te expliciteren aan de leerlingen en zelfs leerlingen verantwoordelijk te stellen om na te gaan of een doel bereikt is op het einde van de les, kennen leerlingen zichzelf beter, weten leraren gerichter waarop ze moeten inspelen en stapelen problemen zich minder op.

Veel scholen staan voor de opdracht om de administratieve lasten te beperken, een centraal principe van inspectie 2.0.

2. Inspelen op de veranderende instroom van leerlingen

KleuterklasNa de bedenkingen die ik maakte over het onderwerp diversiteit in het vorige blogbericht, kreeg ik bij dit team alles waar ik kan van dromen, inclusief een vooruitstrevende visie op diversiteit. In een school met kinderen van diverse culturen, met diverse thuistalen, met diverse thuissituaties is het nodig om in te spelen op ervaringen van leerlingen. De school zet sterk in op leerling- en ouderparticipatie. Het is niet altijd gemakkelijk om aan ouders te zeggen dat je meer vanuit de ervaring werkt omdat het beter beklijft. Sommige ouders zien de school nog zoals ze die zelf meemaakten en zien de meerwaarde van het actief leren niet altijd in. De school ervaart dat inzetten op communicatie met de ouders leidt tot een betere samenwerking en actieve participatie. Niet altijd gemakkelijk, maar het loont.

3. Anderstaligen motiveren tot het leren van de onderwijstaal

WoordenhuisDe grotere participatie van ouders leidt er toe dat kleuters meer info en materiaal uit de eigen leefwereld mee brengen. De invulling van de thema’s gebeurt in samenspraak met de kleuters. Verhalen en prentenboeken zijn vaak de basis voor het thema, wat ervoor zorgt dat kleuters in de loop van de week dieper en dieper kunnen wegzinken in een verhaal. Ze zien verhaallijnen die ze aanvankelijk niet zagen. Door de kleuters langer in een fantasiewereld te houden, zijn ze creatiever en durven ze meer experimenteren met taal.

Kinderen met boekenDe lagerschoolkinderen leren op veel manieren verschillende boeken kennen. Voor iedereen wat wils in het dagelijks leeskwartiertje. Niet alle leerlingen houden van fictie, daarom zijn er in de rijke klasbibliotheken, met vaak gekregen materiaal, ook hobbyboeken, informatieve boeken en stripverhalen. In de snuffeltuin krijgen leerlingen de kans om creatief om te gaan met taal, zodat het leesplezier, het creatief schrijven en het nadenken over taal belangrijker is dan het slaafs invullen van handboeken. De leraren zeggen hun leerlingen beter te kennen, een sterke evolutie te merken in de taalvaardigheid en vooral gelukkige kinderen te zien. Wij zien kinderen die zelfstandig kunnen werken en in overleg gaan met elkaar.

 

4. Samen school maken en gaandeweg uniek zijn met een eigen concept

Die enkele tekorten na de schooldoorlichting hebben er voor deze school toe geleid dat ze van een eilandenschool een teamschool werd. Niet enkel de directeur bepaalt wat moet en mag. Het teamwerk zorgt voor gedeelte verantwoordelijkheden die leraren graag opnemen en ze ondersteunen elkaar daarin. De teamleden komen in gezamenlijk overleg tot nieuwe, leuke en creatieve ideeën. Ze kennen elkaars talenten en gaan bij elkaar te rade. Het voordeel van deze werkvorm is dat de communicatie met de ouders eensgezind is. Iedereen staat achter hetzelfde doel. Vernieuwingen, veranderingen worden afgewogen aan het gezamenlijk concept, aan de visie van de school.

 

5. Gelukkig zijn in je klas, in je school

Verschillende acties op school herken ik uit de BBC-reportage ‘The classroom experiment” van  professor Dylan William. Hij introduceerde een aantal werkvormen  bij 12, 13-jarigen om hun betrokkenheid en leeractiviteit te verhogen. Interesse? Je kan hier doorklikken naar deel 1 en deel 2 van de reportage uit 2010.

Spontaan vertellen de leraren ons dat ze zich nu beter voelen, ze terug met de kinderen en hun kernopdracht bezig zijn. De kinderen getuigen van een grote betrokkenheid en ze zijn blij om verder te mogen ontwikkelen in een boeiende en creatieve school.

 

De school werkt aan een uniek concept, waar iedereen achter staat. Dit is tevens een vruchtbare samenwerking tussen de school, de begeleidingsdienst en verschillende nascholingsinstanties. Maar de school heeft wel zelf het roer in handen.

Ja, we waren blij dat we met hetzelfde team dat de doorlichting deed, ook de opvolgingsdoorlichting uitvoerden. “I love my job”, denk ik op zo een moment en wij mochten heel veel bijleren. Praten met mensen die zelf goed weten wat ze willen en het met ons willen delen, leidt tot boeiende gesprekken.

Onder de middag komt de directeur even binnen in ons lokaal, in looptenue. Zoals elke middag loopt ze de one mile met de leerlingen van de lagere school. Zo zie je: wie naar kinderen kijkt, ziet wat ze nodig hebben, ook onder de middag.

 

 

 

5 november 2017

De eerste stapjes van kleuters in een wereld vol diversiteit

Herfstvakantie voor de leerlingen en de leerkrachten, tijd voor studie- en overlegmomenten bij de onderwijsinspectie!

Tijdens de doorlichtingen 2.0 bekijken we, naast de schoolinterne onderwijskwaliteit en de onderwijspraktijk ook vijf kwaliteitsgebieden. Tijdens de eerste proefdoorlichtingen onderzochten we de kwaliteitsgebieden ‘leerlingenbegeleiding’ en  ‘personeelsbeleid en professionalisering’. Voor de volgende twee proefdoorlichtingen staan ‘rapportering en oriëntering’ of ‘omgaan met diversiteit’ gepland.

Diversiteit

MensenHet verkennen van de twee laatste kwaliteitsgebieden leverde boeiende en aangename discussies op in de werkgroepen van onderwijsinspecteurs. Mag ik omwille van de seizoensgebonden thema’s in het kleuteronderwijs starten met het kwaliteitsdomein ‘omgaan met diversiteit’? Ik ben zo vrij om jou, lieve lezer, inzage te geven in ervaringen, inzichten en voorbeelden van diversiteit in de kleuterklas, daar waar onderwijs start.

 

Mama’s en racewagens

Mama en racewagenDat kleuteronderwijzers vooral vrouwen zijn, is jammer in het kader van de genderdiversiteit in het onderwijs. Ik zag prachtige lessen bij mannelijke kleuteronderwijzers, ietsje anders vaak dan bij vrouwen omdat mannen misschien, iets meer dan vrouwen, de jongens aanvoelen. Maar kleuteronderwijzeressen staan ook hun mannetje

Een kleine anekdote: ik zit achteraan een combinatieklas 2de-3de kleuterklas en ga helemaal op in een boeiend gesprek. Vooraan hangt een grote flap waarop de juf met enkele woorden en vooral via tekeningen de ideeën van de kleuters zichtbaar maakt. De centrale vraag is “Wat zou je in het thema van volgende week graag leren over mama’s?”.Naast de klassieke antwoorden hoor ik een jongen zeggen: “Ik vraag mij af of mama’s ook van racewagens houden?”.

Mijn fantasie slaat op hol. Volgende week staat in deze klas geen winkelhoek met alleen parfums of schoonheidsproducten, geen thema over hoge hakken en leuke kleedjes, geen winkeltje vol met nieuwe was-, plas- en keukenspullen maar een heuse garage, vol lievelingsauto’s van de mama’s, aangevuld met tuinspullen zoals op de foto hierboven. Juffen hoeven maar één bijkomende opdracht geven aan de kleuters: “Vraag het aan je mama!”. Wat is haar lievelingsauto? Houdt ze van racen? Wat is haar hobby? Wat doet zij in huis? Het thema zal aan alle verwachtingen van diversiteit voldoen, ver weg van het stereotiepe denken waarin we vaak vervallen als het over onderwijs gaat.

Oma’s en opa’s die geen pannenkoeken bakken en niet tuinieren

bij oma en opaEind november is het seniorenweek. Dit thema is in verschillende kleuterklassen een traditioneel thema tussen Halloween en Sinterklaas. Het komt er aan. Mijn ervaring in de klassen, mijn zoektocht in methodes en op het internet bij de verschillende juffen die hun werkblaadjes en tips delen, leert mij dat we hier ook vaak toegeven aan het stereotiepe denken over grootouders. Kleuters zouden heel blij zijn met grootouders die hen ophalen op school, pannenkoeken bakken, met opa’s die in de tuin voor verse en gezonde groenten zorgen of gaan wandelen in het park. Leuk voor die kinderen maar als grootouders doe ik geen van die dingen. De kleinkinderen wonen te ver, ik heb een eigen gezondheidsbeleid, wij hebben geen groententuin en wandelen doen wij soms in het bos, in onze buurt zijn geen parken.

 

Opa en kleinzzonIk ken in mijn omgeving oma’s en opa’s die nog elke dag uit werken gaan, naar Compostella stappen, de Kilimanjaro beklimmen, wereldreizen maken, dansyoga doen, palliatieve zorg verlenen, zelf nog op de schoolbanken zitten of hopen op een werkpromotie.

In onze Vlaamse klassen zitten meer en meer kinderen van vreemde origine. Hun grootouders spreken een andere taal, wonen in een ver land, hebben een andere cultuur. Die kinderen zien hun grootouders zelden. Hoe spreken die kinderen hun grootouders aan? Via welk kanaal communiceren ze? Wanneer zien ze hun grootouders? Moeten ze ver reizen om hun oma of opa te zien? Hebben ze ook foto’s van hun grootouders? Wat zijn hun hobby’s? Welk werk doen ze?

Dat zijn heel veel vragen die leiden tot boeiende thema’s, onze diverse maatschappij tonen zoals ze is en kinderen leren om respect te hebben voor anders-zijn.

En hoe geraken we aan die informatie? Om zicht te hebben op het leven en gewoonten van onze kinderen moeten we het gewoon vragen. Onze kinderen weten het  en ouders en grootouders zullen met plezier (soms met tekeningen en gebaren) antwoorden op vragen die de kleuters of de kleuteronderwijzers hen stellen.

Gendergelijkheid

Het genderthema is al heel vaak beschreven, bepraat, verwerkt in kunst. Onlangs was ik op een boekvoorstelling van een jonge schrijfster. Tijdens haar betoog stelde ze plots de vraag “Wie is voor vrouwenemancipatie?“. Ik aarzelde, keek rond en zag dat niemand van de aanwezigen, vooral vrouwen, de hand opstak. De schrijfster keek verwonderd. Uiteindelijk zei één van de aanwezigen dat ze enkel wou dat iedereen dezelfde kansen kreeg. Ik kon het niet beter zeggen. Iedereen moet kansen krijgen, man of vrouw, ziek of gezond, van hier of van daar afkomstig, rijk of arm …

Jongens in de kleuterklas

Voetbal en skateboardEen oud-collega van ons was actief lid van de vrouwenbeweging. Zij wees mij er als jonge inspecteur op dat wij de jongens wel hebben leren winkeltje en huisje spelen in de kleuterklas. Krijgen de jongens en de meisjes ook de kans tot experimenteren met techniek, te timmeren, grote bouwwerken te maken of die dingen te doen waar jongens doorgaans meer interesse in hebben?

Laatst zag ik een uitstekend voorbeeld van goede praktijk in een school waar wij een proefdoorlichting deden. De kleuterleidster van de 4-jarigen ging op een fantastische manier in dialoog met de kleuters. In haar spreekkring hing een groot blad papier waarop zij via tekeningen en staakwoorden de interesses van de kleuters noteerde die kleuters zelf aangaven of die haar opvielen tijdens de verschillende gesprekken en activiteiten. Kleuters mochten zelf ook aanvullen. Dat was haar bron van inspiratie voor nieuwe thema’s of voor weken waarin ze niet rond één thema maar rond de verschillende interesses van de kleuters van haar klas werkte. Dit leidt tot leerrijke leermomenten tussen kleuters maar ook voor de leraar die steeds opnieuw wordt uitgedaagd.

Ik kijk er al naar uit om ons licht te laten schijnen op de diversiteit in Vlaanderen. Het is weer een kans om te luisteren, in dialoog te gaan en om veel bij te leren van de professionals in het veld, kleuters en leraren.