Blog Inspectie 2.0 so

De blog van Chris Van Woensel, onderwijsinspecteur secundair onderwijs sedert 1 september 2010!

17 september 2017

Het is met een nieuw idee (of concept?) als met nieuwe schoenen: men heeft er in het begin meer last dan gemak van. (Cees Buddingh).

Morgen, maandag, begint de doorlichtingsweek. Een ‘oude’ doorlichting, dus van ronde drie nog. Ik ervaar zo’n week als zeer intens. De andere betrokkenen trouwens ook. Dat zal niet veranderen in het nieuwe concept van Inspectie 2.0.

De tijd vliegt

Ik weet dat ik geen tijd zal hebben om een blogtekst te schrijven. Dat is natuurlijk een brug te ver: uiteraard blijft er altijd nog wel wat tijd over. Maar ik heb veel moeite om tijdens zo’n week op iets anders te focussen dan de school in kwestie. In mijn hoofd is er dan alleen plaats voor het onderzoek. Want, wat het vakonderzoek betreft, moet ik een onderbouwd en presentabel antwoord op de vragen hebben tegen donderdag 16u00. De vakgroep heeft recht op zo correct mogelijke vaststellingen en interpretaties.

Op donderdag, na de lesuren, heb ik immers normaal gezien een gesprek met de vakgroep, de debriefing. Ik leg hen mijn vaststellingen voor en ga met hen daarover in gesprek. Meestal blijft het bij eenrichtingsverkeer: de opluchting - het voldoet - of de ontgoocheling – het voldoet niet – wegen zwaar op de stemming van mijn gesprekspartners. Een enkele keer ontspint zich een boeiende discussie over goed onderwijs in het betreffende vak. Een enkele keer vloeien er tranen. En daar kan ik absoluut niet tegen.

‘Onderwijsinspecteur zijn’ is een leerproces

Zo ben ik één keer, heel in het begin, uit mijn rol gevallen. Een uitstekende maar perfectionistische lerares was na de spanning van de doorlichtingsweek en de opluchting over het gunstige oordeel in tranen tijdens de debriefing. Ik gaf haar een knuffel. En een papieren zakdoekje. Mijn woorden ‘je bent vast de enige leerkracht in het Vlaamse land, die kan bogen op een onderwijsinspecteursknuffel’ deden haar glimlachen. Oef! De vakgroep keek met grote ogen toe. Een terecht (zelf)vertrouwen in haar eigen professioneel kunnen, dat kon ik haar niet geven. Dat moet zij zelf opbouwen. In het naar huis rijden heb ik mezelf streng toegesproken. Je bent nu onderwijsinspecteur en onderwijsinspecteurs knuffelen niet! Het is geen tweede keer gebeurd.

Ook bij Inspectie 2.0.

De debriefing gaat bij een doorlichting Inspectie 2.0 wél anders zijn. Tenminste, eens iedereen, schoolteams en onderwijsinspecteurs, het in de vingers hebben.

Gesprekken, documenten en klasbezoeken leveren mij ook in het nieuwe concept van doorlichten nog steeds de informatie op die ik nodig heb. Ik bekijk, vergelijk en analyseer die informatie met mijn inspectiebril. Krijgen de leerlingen aangeboden wat de leerplannen vermelden? Is de evaluatie representatief, valide en betrouwbaar? Hoe is de leerbegeleiding binnen het vak? Is het nodige materiaal aanwezig? Werken de betreffende leraren samen? Ik doe dus nog altijd onderzoek naar de kwaliteit van het onderwezen vak. Maar….

What’s in a name?

Vanaf januari 2018 is een debriefing geen debriefing meer, maar een reflectiegesprek. What ’s in a name, hoor ik je denken. Op het moment dat dit gesprek plaatsvindt, heeft de vakgroep echter dezelfde oefening al gedaan als ik, mét dezelfde bril op hun neus. En hebben we daar een gesprek over gehad als evenwaardige partners. Mijn oordeel zal dus doorvlochten zijn met hun oordeel. Hoewel ik uiteindelijk beslis, zijn ze mede-eigenaar van deze beslissing.

Hoe dat in realiteit gaat verlopen, weet ik nog niet. In de volgende periode (P2 voor de ingewijden) kan ik zelf voor de eerste keer uitproberen wat in de documenten en instrumenten in verband met het nieuwe doorlichtingsconcept neergeschreven is. Bovendien ben ik teamcoördinator van het inspectieteam. Want ook benaming ‘inspecteur-verslaggever’ is gesneuveld. Ik ben benieuwd!


14 september 2017

Oordeel me niet naar mijn succes, maar naar het aantal keer ik ben gevallen en opnieuw ben opgestaan. (Nelson Mandela)

Een wijsheid die toepasbaar is op alle mensen die bij onderwijs betrokken zijn: leerlingen, leraren, directies, onderwijsinspecteurs …

Het (inspectie)leven zoals het is

Veertien taalvaardige taalinspecteurs in discussie: je kan je het niet voorstellen? Gelukkig leidt de vakgroepvoorzitter het gesprek in goede banen. Het is vakgroepvergadering in het Consciencegebouw in Brussel en er staan elf punten op de agenda waaronder jaardoelen, voorbereiding Inspectie 2.0, analyses en evaluaties van voorbije activiteiten, werkverdeling … Dat was gisteren.

Ondertussen is het eerste vooronderzoek van dit schooljaar ook net achter de rug. Ik worstel me door de bergen verzamelde informatie en maak een planning op voor gesprekken en lesbezoeken van volgende week. Het is nog een ‘oude’ doorlichting, zoals mijn collega’s en ik het beginnen te noemen. Van september tot december komen immers een aantal scholen en centra aan de beurt, die in de derde doorlichtingsronde nog niet bezocht werden. Morgen is er de hele dag overleg in Brussel met een groep collega’s, die als taak heeft een deel van het nieuwe toezichtskader te verfijnen, een voorbeeld van weekplanning te maken en nog veel meer. Want in januari 2018 beginnen we eraan!

Het leven van de inspectie zoals het zal zijn

Je kan de toekomst vormgeven met kaders, schema’s en plannen. Maar hoe het écht zal zijn, dat moet je afwachten en ervaren. The proof of the pudding is in the eating. De proefdoorlichtingen gaan daar dus wat meer helderheid in brengen zowel voor de scholen als de onderwijsinspecteurs. Anders dan in het verleden hebben de scholen een belangrijke feedback functie in de concrete werkwijze van de onderwijsinspectie. Beide, schoolteams en onderwijsinspectie, delen immers een zelfde doel: goed onderwijs voor alle leerlingen.

Vele wegen leiden naar Rome

Maar wat is dan wel goed onderwijs? En hoe herken je dat? Op de eerste vraag formuleren leerlingen en cursisten, ouders, leraren en directies, pedagogisch begeleiders, onderwijsinspecteurs, onderwijsdeskundigen, vakbonden in het schooljaar 2015-2016 een antwoord. Ondertussen doorploegt een groep onderwijsinspecteurs de wetenschappelijke literatuur met dezelfde vraag in het achterhoofd. Het resultaat vind je op de website http://mijnschoolisok.be: het referentiekader voor onderwijskwaliteit. Het kader is een sociale afspraak tussen samenleving en school. Hier zijn we het met zijn allen (op dit moment) over eens. Het is geen kwaliteitsmodel, maar verwoordt stimulerende kwaliteitsverwachtingen, zo staat er op de website. Het schetst dus een ideale wereld. En is best imponerend als je het leest. Wat schoolteams allemaal doen!

Het bronnenboek (OK bronnendocument!) maakt de synthese van de verzamelde informatie en is dus de onderbouwing van het referentiekader. Nieuwsgierig probeer ik dat bronnenboek in één keer uit te lezen. Dat lukt niet, mijn hoofd duizelt. Maar wanneer ik meer duidelijkheid wil over een bepaald onderdeel van het referentiekader, zoek ik het op in het bronnenboek. Voor mij is het een prima naslagwerk.

En wat is er dan te zien in Rome?

De tweede vraag komt nu aan de orde: hoe herken je goed onderwijs? Als onderwijsinspecteur gaan mijn collega’s en ik op zoek naar signalen, die aangeven dat het schoolteam op weg is naar de ideale wereld. En proberen we samen, school-en inspectieteam, vast te stellen waar ongeveer op die weg de school zich bevindt. En hoe het inspectieteam hen de hand kan reiken als ze dreigen uit de bocht te gaan of vast komen te zitten in een valkuil. Dus eindig ik hier met een foto met de ideale wereld, waar de inspectie als organisatie naar streeft. En we blijven de wijze raad van Mandela voor ogen houden, ja toch?

Partner in kwaliteit

1/9/2017

Een terugblik: Inspectie 0.0

Een korte, kordate klop en de klasdeur zwaait open. Midden in de les. Een mij onbekende man schrijdt gewichtig binnen en stelt zich voor als inspecteur X. Geschrokken laat ik bijna mijn handboek vallen. Help, gil ik inwendig, ons waarschuwingssysteem heeft niet gewerkt! De leraren van de school hebben immers tekens af gesproken om collega’s te verwittigen als ‘hun’ inspecteur onverhoeds de school binnen wandelt. Met een uitdrukkingsloos gezicht zet de inspecteur zich achter in de klas. Hij gaat na wat ik de leerlingen aanleer en hoe ik dat doe. Hoe het verhaal verder gaat vertel ik je later misschien nog eens. Waarom zo ver teruggaan in het verleden vraag je wellicht? Ik geef het klassieke antwoord: als je het verleden niet kent, kan je het heden niet begrijpen, laat staan waarderen.

Zo ging dat nu eenmaal lang geleden: een individuele inspecteur komt onverwacht op bezoek en beoordeelt de individuele leraar. Hij geeft én een beoordeling én de ondersteuning én de begeleiding. ‘Tegenspreken’ beloont hij – het waren meestal mannen in die tijd - met een strenge blik. En nu ik ben ik zelf inspecteur. Oeps?

Een lerende organisatie: Inspectie 1.0

De federalisering van het onderwijs, de opstart en de andere werkwijze van de onderwijsinspectie: het gaat allemaal een beetje aan mij voorbij. Ik heb mijn handen vol om mijn draai te vinden op vele verschillende scholen, om leren les te geven, om leerlingen te managen en om leerplannen te doorgronden. Twee keer komt de ‘nieuwe’ inspectie op bezoek in een school waar ik les geef. Maar ik ben er als vakleerkracht niet direct bij betrokken. Ze zijn wel met véél, bedenk ik op dat moment.
Acht jaar geleden, zo ongeveer halverwege de derde ronde, vervoeg ik het inspectiekorps en leer de werkwijze van binnenuit kennen.

Doorlichten - is het je opgevallen dat het woord ’inspecteren’ in onbruik is geraakt? - is teamwerk. Het systeem waarin de leraar functioneert, de school dus, is in tegenstelling tot vroeger een aandachtspunt. Ik ben een hele week op de school in plaats van een paar uur. Samen met de collega’s verwerf ik een zo accuraat mogelijk beeld van de werking van de school. Een gemeenschappelijk instrument, het CIPO-kader, vormt de leidraad. Ook als vakinspecteur handel ik niet individueel. Ik ben immers, net zoals de leraren op school, lid van een vakgroep. Daar maken we afspraken, soms na een best pittige discussie.

De heel nabije toekomst: Inspectie 2.0

"Voor de onderwijsinspectie wordt 2017-2018 een bijzonder jaar. Op 1 januari 2018 gaat Inspectie 2.0 van start: een nieuwe manier van doorlichten. Wat is Inspectie 2.0? De 7 principes." Zo staat er te lezen op de website van de inspectie. Wat gaat er veranderen? Voor wie? De eerste maanden van dit schooljaar neem ook ik deel aan ‘proefdoorlichtingen’. Het is duidelijk is dat er zich weer een nieuw tijdperk aandient. En jij en ik maken daar deel van uit. Spannend!

 

 

BLOG I2.0 CVW