Blog Inspectie 2.0 bao

De blog van Lucrèce Matthijs, al meer dan 20 jaar onderwijsinspecteur basisonderwijs!

28 maart 2018

“Vlaanderen mag komen kijken”

Met Inspectie 2.0 schalen wij op het einde van de week de school in binnen vier ontwikkelingsschalen. Door het gebruik van ontwikkelingsschalen stimuleert de onderwijsinspectie de instellingen om hun kwaliteit te (blijven) ontwikkelen. Alle beoordelingen, met uitzondering van het advies, worden uitgedrukt aan de hand van een ontwikkelingsschaal.

Ontwikkelingsschalen met vier ontwikkelingsniveaus

Ik som de vier mogelijke schalen nog even op: 

Grafiek

Beneden de verwachting: Er zijn meerdere essentiële elementen die voor verbetering vatbaar zijn (rood)

Benadert de verwachting: Er zijn naast  sterke punten ook nog meerdere punten ter verbetering. Daardoor komt het geheel nog niet tegemoet aan de verwachting (oranje)

Volgens de verwachting: Er zijn veel sterke punten en geen belangrijke punten of gebieden ter verbetering. Het geheel komt tegemoet aan de verwachting (groen)

Overstijgt de verwachting: Er zijn veel sterke punten, met inbegrip van significante voorbeelden van goede praktijk (blauw)

Overstijgt de verwachting

Met het vierde ontwikkelingsniveau zijn we zuinig. Onder ons, bij de onderwijsinspectie, hebben we al eens de gewoonte om te zeggen ‘Vlaanderen mag komen kijken naar deze school’. Het gaat over onderwijsprocessen die opvallend goed zijn. Bij een laatste schooldoorlichting ‘mochten’ we deze schaal toekennen. De school had, na een sterke externe motivatie, een advies 2, alle schoolinterne motivatie verzameld om samen een leergebied op een vernieuwende, succesvolle manier die sterk gericht was op effecten, aan te pakken.

Het schept verwachtingen als onderwijsinspecteur om tijdens de doorlichting, vanuit gesprekken en observaties te zien dat de school een degelijk project heeft. Heel leuk is het om dit te melden op het einde van de week. Dan melden wij, tijdens het synthesegesprek, de inschaling die wij maken voor de wijze waarop de school haar eigen kwaliteit bewaakt, de mate waarin de school kwaliteitsvol onderwijs verstrekt, voor het geïntegreerd onderzoek in de kleuterafdeling, voor de twee leergebieden in de focus van de lagere afdeling en het advies.

“Vlaanderen mag komen kijken”

We waren zo enthousiast dat we deze woorden gebruikten in het synthesegesprek. De afgevaardigde van het schoolbestuur regeerde onmiddellijk dat het goed zou zijn als de andere scholen van de schoolgemeenschap zouden komen kijken. Wij zagen enkele wenkbrauwen fronsen bij de teamleden. Zij waren niet zo gelukkig met deze uitspraak en verwezen naar een andere school die eveneens een eigen project had uitgewerkt en waar verschillende teams nu op bezoek wilden.

Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne savoir pas demeurer en repos, dans une chambre

Bovenstaande uitspraak is van Blaise Pascal, de Franse wetenschapper en filosoof. Op het einde van zijn korte leven besloot hij om in het klooster te gaan.  Deze uitspraak van hem durf ik nogal eens heel bondig te vertalen als ‘We zouden beter wat meer in ons eigen kot blijven’.

Het schoolteam waarover ik hierboven schreef, realiseert een prachtige onderwijsleerpraktijk en is  gemotiveerd om wat ze tot nu deden verder open te trekken naar andere leergebieden en om hun werking te verfijnen. Daarvoor willen ze de tijd en rust nemen met hun team, binnen de eigen school.

Wij hadden spijt dat we die uitdrukking gebruikten.

Gaat Vlaanderen leren door enkel bij elkaar te gaan kijken?

Enkel door te kijken motiveer je een volledig team niet. Een team heeft een sterke motivatie nodig om te veranderen. In het verleden lag die motivatie vaak in een advies 2 of zelfs 3, gunstig onder voorbehoud of ongunstig. Met het oog op de eigen kwaliteitsbewaking hopen we dat scholen zelf sterk genoeg zijn om deze motivatie te vinden want intrinsieke motivatie is nodig. Een team dat vanuit een gezamenlijke visie werkt en bereid is om zichzelf te professionaliseren, bij te sturen, te evalueren en effecten te meten, kan samen een waardevol project opzetten. Iemand zonder zicht op een degelijke adaptieve klaspraktijk haakt af als ze onvoorbereid in dergelijke klassen gaan observeren.  Het leerproces binnen elke school om te komen tot een gezamenlijke visie met de nodige afspraken vraagt tijd, inzet en motivatie. Net als je bij leerlingen constant zoekt naar de zone van de naaste ontwikkeling, de stap die volgt op degene die we net namen, werkt dat ook bij de implementatie van een vernieuwingsproces.

Schrik van verandering, angst om te falen

fietsen Niet alleen het bezoek aan een andere school kan bedreigend zijn voor een team, ook een enthousiaste leerkracht die nieuwe methodieken uitprobeert, kan dat zijn. Vaak horen we leerkrachten vertellen dat hun collega’s pas na ons bezoek interesse kregen in hun manier van werken in de klas. Velen kennen en hoorden ooit de dooddoeners van collega’s: ‘Dat mag niet van de inspectie’, ‘Het gaat toch goed zo?’, ‘Laten we realistisch blijven’, ‘Dat is in strijd met ons beleid’, ‘Laten we het in beraad houden’, ‘Dat lukt nooit’ …

Eerst in het eigen ‘kot’ kijken

Soms zoeken we de expertise te ver en moeten we eens in het eigen ‘kot’ kijken. Een hecht team dat ideeën uitwisselt, elkaars talenten ontdekt en benut en dat bereid is tot samenwerking en elkaar ondersteunt, kan heel veel.

Ik wens jullie allemaal een zalige paasvakantie. Hopelijk niet alleen in de eigen kamer maar ook daarbuiten, waar je kansen krijgt om nieuwe, frisse ideeën op te doen. Jezelf professionaliseren is tot nader order één van de beste manieren om gelukkig te zijn in je werk. NA de vakantie, natuurlijk.

 

 

19 maart 2018

Lezen is een sport en vraagt training

Ski afdaling“Ik ski al jaren”, vertelt ze. Ze leerde het gaandeweg, al doende. Door te observeren, te vallen, terug op te staan en verder te gaan, kon ze elk jaar mee op vakantie met de familie. Ze leerde met haar ogen, wist dat ze het niet goed kon en ging toch de piste op onder groepsdruk. “Maar eigenlijk deed ik het niet graag want mijn techniek was niet goed”, zei ze. “Ik was telkens blij als ik naar huis kon zonder gips. Tijdens het skiën zwaaide ik te veel met mijn armen, verloor energie in nutteloze bijbewegingen en ik was bang om fouten te maken. Pas na 20 jaar volgde ik les bij een professional. Mijn techniek verbeterde zienderogen. Nu kan ik het goed en nu doe ik het echt graag.”

Lezen

Op de website van de onderwijsinspectie staat onze reactie op de tegenvallende resultaten van begrijpend lezen bij het Pirls-onderzoek van 2016. Pirls is een internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingenprestaties in begrijpend lezen.  Op metaniveau gaat de onderwijsinspectie een aantal stappen zetten. Maar het cyclisch proces van lezen komt ook aan bod bij het onderzoek naar de uitvoering van de leergebieden, als Nederlands in de doorlichtingsfocus staat in het lager onderwijs en bij het geïntegreerd onderzoek in het kleuteronderwijs. Alle indicatoren van het onderzoek op uitvoeringsniveau komen aan bod binnen het leesproces en het aanvankelijk leesproces: de afstemming van het aanbod op het gevalideerd doelenkader, het leer- en ontwikkelingsgericht aanbod, het leer- en leefklimaat, de materiële leeromgeving en onderwijsorganisatie, de feedback, de leerlingenevaluatie om uiteindelijk te komen tot leereffecten.

Een intentioneel proces

Lezen in klasMijn ervaring met leren lezen bij leerlingen in de klas en de eigen kinderen koppel ik aan wat ik las in het boek en hoorde in de voordracht van Erik Moonen en zijn alfabetcode.

Net als leren skiën is leren lezen een intentioneel proces, iets wat de natuur ons niet meegeeft. Kinderen hebben nood aan leraren die de stappen van het leesproces kennen en via de juiste methodiek, geleidelijk en intentioneel het leesproces ondersteunen. Vlot lezen is niet veel lezen maar eerst leren hoe het moet. Dat vraagt training, bijsturing, de juiste feedback en steunt op nauwkeurigheid. Als de basistechniek van lezen is verworven, kan je gaan versnellen. Aanvankelijk zit het leesplezier niet in de teksten maar in de sfeer van bijleren en het ervaren van succes omdat het  vlotter gaat, omdat de leraar de leerling op de juiste manier ondersteunt en omdat het kind voelt dat het goed en steeds beter gaat. Doordat leraren gericht zijn op observaties van het leesproces van de leerlingen, gericht leren bijsturen, worden ze professioneler en krijgen ze een doelgerichte reflex bij leesmoeilijkheden. We weten dat door de oorzaak van het leesprobleem enkel bij het kind te leggen, de manier van lesgeven niet evolueert.

Het voorbereidend lezen gebeurt in de kleuterschool waar kleuters gericht de auditieve, visuele en motorische stappen van voorbereidend lezen doorlopen. Dit alles gebeurt intentioneel omdat de stappen van het leesproces niet natuurlijk zijn maar moeten aangeleerd worden. Kinderen die van nature goed kunnen lezen, zijn uitzonderingen. Het is aan de leraar om het proces in gang te zetten en het bij te sturen.

Leesplezier

Terecht besteden schoolteams aandacht aan leesplezier en beter nog, geven ze de leerlingen de kans om een brede algemene ontwikkeling op te bouwen. Maar net als bij skiën start het proces bij de juiste basisvaardigheden, de inoefening van deelvaardigheden en het plezier van bijleren. Nadien komt het plezier van verder verkennen, nieuwe pistes opsporen, nieuwe landschappen ontdekken. Voor lezen komt zo het ontdekken van lievelingsschrijvers, weetjes opsteken, andere types verhalen aantreffen in de klasbibliotheek en samen met vrienden ontdekken dat lezen heel leuk is, als je het technisch goed aanleerde. 

11 maart 2018

Steeds op zoek naar ‘beter’ onderwijs

Het is voor mij niet nieuw om deel uit te maken van een inspectieteam dat de eerste keer een nieuw opgerichte school doorlicht.

Uit een idee van een groep enthousiaste ouders ontstond in dit geval een school die na anderhalf jaar bijna uitgegroeid is tot een volledige basisschool. Een school oprichten? Je moet het maar doen: een project definiëren, een gebouw zoeken en ‘schoolklaar’ maken, een schoolbestuur zoeken, vergaderingen leiden, mensen motiveren, tegenslagen verwerken, het juiste personeel zoeken ... De drie puntjes wijzen op nog heel veel werk dat ik niet ken. 

Enthousiasme troef

De ouders en leraren die een dergelijk project starten, dromen van een school die hun idealen over onderwijs belichaamt. Een school die tegemoetkomt aan de verwachtingen die ze hadden als kind, aan die van hun kinderen en van zichzelf, levend in de wereld van vandaag. Uiteindelijk is dit een waardevolle, lovenswaardige onderneming, die zich financieel niet laat belonen en vaak ook weinig beloond wordt bij het eerste bezoek van de onderwijsinspectie.

Steeds op zoek om het onderwijs aan te passen aan de tijd

journal neillVele studenten in de pedagogie en de lerarenopleiding dromen van een ‘alternatieve’ school. In het laatste jaar middelbaar moesten we een boek lezen over het beroep dat we later wilden uitoefenen. Ik las en het staat nog steeds in mijn boekenkast “Journal d’un instituteur de campagne” van A.S. Neill. In zijn dagboek vertelt hij over de tijd dat hij als jonge onderwijzer werkte in een kleine plattelandsschool in Schotland. In het eerste jaar van de lerarenopleiding maakte ik een werk rond Summerhill, toen nog niet beseffend dat het over dezelfde onderwijzer, Neill ging. Een gelukkig toeval. Neill is de grondlegger en oprichter van Summerhill, de anti-autoritaire school. De school werd opgericht voor kinderen die ofwel weinig kansen kregen tot goed onderwijs ofwel leerproblemen hadden. De school bestaat nog en in 1993, toen ik daar op bezoek was, waren er verschillende Japanse jongeren die er kwamen ontstressen en ontscholen om nadien de interesse in leren terug te vinden. Deze problematiek was ons op dat moment eerder vreemd in Vlaanderen. Summerhill was dus duidelijk een voorloper van de time-outprojecten die wij nu ook kennen.

Respect

Ik heb veel respect en waardering voor de mensen die voet bij stuk houden en een alternatieve wending geven aan het huidige onderwijs. Uiteindelijk  gaat elk nieuw initiatief uit van een nood en binnen het huidig onderwijs zijn tendensen terug te vinden die uitgeprobeerd werden door mensen die het anders en beter wilden: Montessori, Fröbel, Ligthart, Don Bosco, Freinet, Steiner, Ellen Parkhurst, Petersen …

Kansen zien en benutten 

Tijdens de doorlichting van de nieuwe, ervaringsgerichte school ontmoetten we in de kleuterafdeling drie ervaren kleuterleidsters die de oprichting van een nieuwe school als een uitdaging voor hun eigen professionaliteit zagen. Eén van hen was de mama van de vierde kleuterleidster die pas afgestudeerd was. Eerst koos de dochter de weg van de mama door zelf ook kleuterleidster te worden. Als je hetzelfde beroep kiest als je mama, is dat vooral omdat je mama daar met veel enthousiasme over sprak en spreekt. Nu kiest de mama ervoor om, ook al is ze midden 50 een andere weg in te slaan en zich achter het project te scharen en samen te werken met haar dochter. Dit resulteert in een perfecte mix van kennis over het kleuteronderwijs en creativiteit, in nieuwe inzichten, verweven met ervaring, in een hoge dynamiek, veel enthousiasme en gelukkige mensen.

Groeipijnen

Een nieuwe school starten vraagt veel overleg. Zeker als de school geen kopie wil zijn van een andere school maar wil werken vanuit een alternatieve, eigen visie. Zoveel mensen, zoveel ideeën. Uiteindelijk moet iedereen op het spoor geraken om dezelfde weg uit te kunnen. Overleg leidt tot discussies, proberen, herdoen, herdenken … Waardoor mensen afhaken en anderen er bij komen. In de beginperiode is het een evenwichtsoefening om de stabiliteit binnen een school te bewaren en te bewaken. Dat zijn de groeipijnen van elke beginnende organisatie die, in het belang van de leerlingen hun unieke gevoelige leef- en leertijd, moeten beperkt worden.

De onderwijsinspectie komt: back to reality

Het referentiekader onderwijskwaliteit (het OK) geldt voor alle netten en voor alle scholen, ongeacht de filosofie van waaruit ze vertrekken. Bij de onderwijsleerpraktijk hebben wij altijd aandacht voor:

  • afstemming van het aanbod op het gevalideerd doelenkader
  • leer- en ontwikkelingsgericht aanbod
  • leer- en leefklimaat
  • materiële leeromgeving en onderwijsorganisatie
  • feedback
  • (kleuter)evaluatie
  • leereffecten

De afstemming op het gevalideerd doelenkader is de basis om te voldoen aan de verwachtingen van de overheid. Scholen hebben de keuze om het goedgekeurd leerplan te kiezen en de manier waarop ze het toepassen geeft ook een zekere vrijheid. Het geboden onderwijs moet geëvalueerd worden. Inspanningen zijn pas zinvol als ze leiden tot leereffecten.

Beginnende scholen die vanuit een eigen project werken, hebben binnen hun groeipijnen erg veel aandacht voor de organisatie en het uittekenen van het project, waardoor de afstemming op het gevalideerd doelenkader soms niet voldoende prioritair is.

Dit laatste zorgt er voor dat wij soms ‘de boeman’ zijn voor verschillende nieuwe scholen.

Onderwijsinspectie is altijd al de boeman geweest

“Un inspecteur nous a rendu visite. Son plus grand intérêt était pour l’écriture et il avait des thèories sur le sujet. Moi aussi. Je pense que l’écriture est un art, comme le dessin.“ Neill beschrijft het inspectiebezoek op bladzijde 29 van zijn dagboek. Ik weet niet meer hoe ik hierop reageerde als 17-jarige. Nu ik zelf jarenlange ervaring heb in het onderwijs, onderwijsinspecteur ben en het boekje herlees, komt deze situatie mij bekend voor. In het aanvankelijk lees-, schrijf- en wiskundeonderwijs zijn een aantal zaken die intentioneel moeten gebeuren. Daarbij hoort zeker schrift. Schrijven is een geleidelijk proces, een proces van voordoen, verwoorden, nagaan en bijsturen. Voor ons, inspectieleden is het een referentiepunt voor de mate waarin leraren doelgericht met het onderwijs- en leerproces bezig zijn. Hoe kunnen kinderen fier zijn op wat ze schreven, als ze hun eigen schrift niet kunnen ontcijferen? Hoe kunnen kinderen thuis een lesje leren als ze niet kunnen lezen wat ze schreven? Hoe kan je de correcte spelling of fouten nagaan als het geschrift zo onduidelijk is dat je er met een beetje fantasie drie woorden kan uithalen? Dit gaat natuurlijk niet over leerlingen met motorische problemen maar ook daar moet aandacht voor zijn binnen de preventieve basiszorg.

Wat als de eerste inschaling door de onderwijsinspectie niet goed is?

spoortunnelDe ervaring leert ons, dat mits de juiste begeleiding, het team op een ander spoor wordt gezet. Dat spoor leidt naar een school waar ouders en kinderen én gelukkig zijn én waar er ook leereffecten zijn. Na een inspectiebezoek staan schoolteams voor een berg en samen moeten ze aan de overkant geraken. Samen gaan ze door een donkere tunnel waar ze al eens struikelen, waarin ze verkeerd lopen of de verkeerde weg kiezen en waar de lichten uitvallen. Uiteindelijk zien ze een spleetje licht. Als ze die weg blijven volgen, staan ze in het deugddoende zonlicht te glunderen. En bij het volgende bezoek glunderen wij mee … 

 

7 maart 2018

Wat leren we uit de feedback van de scholen?

Lieve lezer, lees je ook de blog van mijn collega Chris van het secundair onderwijs? Ik kan je haar blogs aanbevelen. Zeker het laatste blogartikel over de goedkeuring van het ontwerpdecreet Onderwijsinspectie 2.0, want daar wil ik het ook even over hebben.

Ik citeer uit het blogartikel van mijn collega de woorden van de commissieleden: “De scholen hebben de vrijheid hun interne kwaliteitszorg zelf te ontwikkelen. Eén van de sprekers is van mening dat er toch een mentaliteitswijziging in een aantal scholen nodig is.”

Feedback

Waarschijnlijk is de mening van de geciteerde spreker waar. Maar is dat zo? Om zeker te zijn, deden wij na elke proefdoorlichting en na de laatste twee doorlichtingen zonder juridische consequenties een bevraging. Hebben de scholen een mentaliteitsverandering nodig om het nieuwe Inspectie 2.0 tot een succes te maken? In welke mate staan de scholen open voor de ontwikkelingsgerichte dialoog in functie van het ontwikkelen van de interne kwaliteitszorg? En zijn de onderwijsinspecteurs klaar om scholen niet alleen te bevragen maar tevens in hun kracht te zetten om aan hun interne kwaliteitszorg te werken?  

Wat vertellen de scholen ons? Ik geef jullie een bloemlezing van de (anonieme) antwoorden.

Openheid en duidelijkheid in verwachtingen

  • Het concept is duidelijk en er is aandacht voor de schooleigen ontwikkeling.
  • Het gebruik van het kwaliteitskader is een kans om als school te tonen welke school je wil zijn, wil worden.
  • Het vooraf richting geven aan het gesprek via de schalen werd als positief ervaren.

Zijn scholen wantrouwig en wat verwachten ze van de onderwijsinspectie?

  • Door de planning door de directie te laten opmaken, is er een grote kans dat de directie zelf bepaalde leerkrachten en ouders zal uitkiezen.
  • Misschien dat er tijdens het synthesegesprek reeds enkel suggesties vanuit het inspectieteam kunnen geponeerd worden?
  • Kan de inspectie geen tips uit andere goede scholen geven om nieuwe inspiratie op te doen?
  • Leerkrachten bleven met een ongemakkelijk gevoel achter omdat er niets gezegd of gevraagd werd na een bijgewoonde les.

Er zijn waarderende en minder-waarderende woorden voor de onderwijsinspecteurs

  • De inspecteurs voelen zich beter met de "nieuwe" doorlichting. En dat straalt ook uit op het team en de school.
  • We kregen het gevoel om samen, de onderwijsinspectie en wij, voor een uitdaging te staan.
  • De doorlichting komt niet controlerend over, maar als samen zoekend en analyserend, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid.
  • We vertrokken vanuit een wit blad - het beeld van onze school moest nog helemaal gevormd worden - dat voelden we als positief.
  • We voelden als school te veel het 'keurslijf' waarbinnen men trachtte te noteren.
  • Er zit een groot verschil van 'ondervragen' tussen de inspecteurs.
  • Vereenvoudig het woordgebruik, tijdens gesprekken, dan zal u er ook meer kunnen uithalen.
  • Het was bijzonder aangenaam dat we iedereen van het inspectieteam met de voornaam konden aanspreken, zoals dat bij ons op school de gewoonte is.
  • Scholen zouden nog zoveel meer kunnen groeien binnen ‘coachingstrajecten’.

Sommige teams willen ons langer op school houden, voor anderen is een week te lang

  • Tijdens sommige gesprekken hadden we het gevoel dat er wat te weinig tijd was.
  • Druk programma, waardoor we soms het gevoel hadden geen volledig en duidelijk beeld te kunnen geven.
  • Een volledige week is lang.

Toch merken we in de evaluatie nog veel onrust, zelfs angst

  • Er is enorme stress en angst bij de leerkrachten en zeker bij de beginnende leerkrachten.
  • Leerkrachten moesten het gewone programma aanpassen, dit zorgde soms voor onrust en onnodige stress bij kinderen.

Gesprekken met ouders en kinderen

  • De rondleiding door kinderen vond ik schitterend. Het betrekken van CLB en ouders is ook zeer waardevol.

Planlastvermindering

  • Het kindvolgsysteem was bij een vorige doorlichting te beperkt, nu is het te uitgebreid. Hoe moet het dan?
  • Sommige acties moeten bewezen worden op papier. Door gerichte vragen te stellen denk ik dat een inspecteur precies te weten kan komen of acties gebeurden of niet, zonder dat het op papier staat.
  • Zeer sterk: korte tijd tussen aankondiging en effectief bezoek zodat er geen tijd is om allerlei materialen bij te maken.

Over gesprekken en observaties  

  • In het werkrooster is de verhouding gesprekken - bezoek op de werkvloer enigszins scheef getrokken. Weinig tijd voor de klassen, veel voor gesprekken.
  • Absolute topper: ruim de tijd om samen met de inspectie te reflecteren over hun bevindingen en die te vergelijken met de eigen ervaringen en bevindingen, aanpassing van toon en vraagstelling tijdens het bezoek.

Schoolinterne communicatie en de eigenheid van de school

  • Het groepsgesprek heeft ook een meerwaarde omdat je de visie van de collega's hoort.

Complimenten voor ons team dat deze manier van doorlichten vorm gaf

  • Ik wens de ploeg die dit concept uitgedacht en uitgewerkt heeft, te feliciteren.

lamp ideeIk liet jullie genieten van een boeiende bloemlezing. Misschien herkennen jullie zich in de woorden van anderen. We analyseerden de antwoorden van de scholen, hebben die besproken en zullen er rekening mee houden waar nodig en waar het kan. De positieve zaken zullen we zeker bewaren, de anderen bijsturen. De voorbije weken waren wij geregeld samen in Brussel om antwoorden te vinden op een aantal vragen en bedenkingen van de doorgelichte teams. We wisselden met elkaar ervaringen uit en zochten kansen tot bijsturingen, gingen op zoek naar nieuwe werkvormen. We kijken uit naar de volgende evaluatie om een antwoord te vinden op de vraag of we onze groeikansen benut hebben.