Controle HBO5-opleiding Verpleegkunde

Opdracht van de inspectie

De HBO5-opleiding Verpleegkunde maakt deel uit van het hoger onderwijs, maar wordt georganiseerd in een school voor voltijds secundair onderwijs. De school werkt daarvoor samen met een hogeschool. In Vlaanderen werken 20 secundaire scholen en 10 hogescholen samen om de HBO5-opleiding Verpleegkunde aan te bieden.

De onderwijsinspectie krijgt volgende opdracht vanuit de Vlaamse Regering: “De onderwijsinspectie beoordeelt, in samenwerking met de accreditatieorganisatie (NVAO), de kwaliteit van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs.” (OD XXX)

Voorafgaand aan deze beoordelingen in schooljaar 2021-2022 vindt er tijdens het schooljaar 2020-2021 een terreinverkenning plaats in de 20 scholen voor HBO5 Verpleegkunde (waarbij ook de hogescholen een gesprekspartner zullen zijn) en wordt het beoordelingskader tijdens twee try-outs uitgeprobeerd. De onderwijsinspectie ontwikkelt dat beoordelingskader samen met de NVAO en met vertegenwoordigers uit het brede onderwijsveld.

Meer informatie? Zie

Werkwijze en instrumenten

De werkwijze en instrumenten voor de controles zijn nog in ontwikkeling. Wat al bepaald is:

  • de doorlichtingsteams worden aangevuld met externe deskundigen
  • de kwaliteitsverwachtingen van het OK worden aangevuld met de kritische kenmerken van het hoger onderwijs
  • er komen aangepaste ontwikkelingsschalen met een focus op die kwaliteitsaspecten die zowel vanuit het OK als vanuit de kwaliteitskenmerken HO belangrijk zijn.

Meer informatie volgt.

Resonantiegroep

We willen het specifiek beoordelingskader uitwerken in samenspraak met het brede onderwijsveld. De leden van de resonantiegroep zijn vertegenwoordigers van dat veld, gekozen door de organisaties. We kozen voor een resonantiegroep omdat de groep veel te groot is om op een efficiënte manier aan de slag te gaan. De resonantiegroep kan feedback geven op het door ons ontwikkelde voorstel van beoordelingskader en relevante extra informatie aanreiken.
Meer informatie zie

Scholen

KOV: Jan De Bruyn, directeur Sint-Augustinusinstituut Aalst
OVSG: Esther Van de Vliet, kwaliteitscoördinator, beleidsondersteuner & lector Verpleegkunde Stedelijk Lyceum Lamorinière Antwerpen
POV: Geert Aerts, kwaliteitscoördinator Provinciaal Instituut voor Verpleegkunde Hasselt
GO!: Guy Ghysels, directeur Vesaliusinstituut Oostende

Pedagogische begeleiding

KOV: Erik Hellinck
OVSG: verontschuldigd
POV: Heidi Verlinden
GO!: Daisy Denolf

VLHORA

Eva Van der Linden, opleidingshoofd VK AP Hogeschool
Kim Waeytens, teamcoördinator kwaliteitszorg UCLL

VVS

Dylan Couck

Kabinet

Candice De Windt, raadgever Hoger Onderwijs

Departement

Nina Mares, Afdeling Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs

FAQ

Welke rol spelen de samenwerkingsverbanden in het kwaliteitstoezicht? Hoe wordt daarmee omgegaan?

De partners van het samenwerkingsverband zullen betrokken worden bij het kwaliteitstoezicht. Het is aan de school en de hogeschool samen om te beslissen welke persoon/personen best mee deelnemen aan de door het doorlichtingsteam geplande gesprekken die gerelateerd zijn aan de opdrachten van het samenwerkingsverband.
De samenwerkingsverbanden organiseren de opleidingen Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs en hebben daarbij duidelijk omschreven opdrachten gekregen (Codex HO II.398).
Daarin zijn twee rollen te onderscheiden:

  • De inhoudelijk coördinerende instelling heeft als taak om de gezamenlijke organisatie van de hbo5-opleiding Verpleegkunde binnen een samenwerkingsverband te coördineren.
  • De administratief beherende instelling is altijd een secundaire school (Inschrijving, financiering, subsidiëring en inschrijvingsgelden).

Eén van de opdrachten van het samenwerkingsverband is “het ontwikkelen van een gemeenschappelijk intern kwaliteitszorgsysteem voor de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs”.
 
Gezien het samenwerkingsverband verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijk intern kwaliteitszorgsysteem voor de opleiding, is het dan ook het samenwerkingsverband dat een zelfevaluatie (een verplichting vanuit het ESG) opmaakt. In welke vorm die zelfevaluatie wordt opgemaakt (bv.: een SWOT-analyse) en wanneer die tijdens de doorlichting aan bod zal komen, wordt later bepaald wanneer de procedure en de planning verder uitgewerkt zullen worden. Vast staat wel dat de (hoge)scholen geen ZER zullen moeten schrijven zoals dat gebruikelijk was. Parallel daaraan zal de (hoge)school ook geen aanvraag voor een doorlichting moeten indienen, noch een aanvraagdossier. Ze zal – net zoals bij de doorlichtingen in andere onderwijsniveaus – voorafgaand aan en tijdens de doorlichting een aantal documenten moeten bezorgen aan het doorlichtingsteam. De lijst met te bezorgen informatie zal later op de website ter beschikking staan.
Hoe het intern kwaliteitszorgsysteem concreet vorm kreeg, is een vraag die door het samenwerkingsverband zelf (in de specifieke context) beantwoord moet worden. Dat is onderdeel van de verantwoordelijkheid die de samenwerkingsverbanden krijgen in de regelgeving. Tijdens de doorlichting zal het gemeenschappelijk kwaliteitsbeleid van de (hoge)school sowieso expliciet of impliciet aan bod komen.

Wat gebeurt er met de informatie uit de terreinverkenning?

Er wordt een macrorapport opgemaakt dat de huidige situatie van het HBO5 VK-landschap in kaart brengt. Ook interessante input voor het beleid (rond aangebrachte opportuniteiten en/of knelpunten) zal mee opgenomen worden in dat rapport. De aangereikte informatie wordt nooit op schoolniveau weergegeven in het rapport en maakt geen deel uit van toekomstige beoordelingen.

Hoe wordt er gekeken naar de problematiek van het al dan niet sporen met de EU-richtlijnen?

Tijdens de terreinverkenning brengen we die problematiek (opnieuw) in kaart in functie van de macrorapportage. Het al dan niet sporen met de EU-richtlijnen wat betreft

  • het totaal aantal ingerichte uren
  • de verschillende stagedomeinen

maakt geen deel uit van het beoordelingsonderzoek en wordt dus ook niet meegenomen bij de bepaling van het advies tot erkenning.

Wat zijn de kwaliteitsverwachtingen uit het referentiekader voor onderwijskwaliteit?

Het OK in één oogopslag

Wat zijn de 8 kwaliteitskenmerken van het hoger onderwijs?

De 8 kwaliteitskenmerken van het hoger onderwijs zijn:

  1. De leerresultaten van de opleiding vormen een heldere en opleidingsspecifieke invulling van de internationale eisen m.b.t. niveau, inhoud en oriëntatie.
  2. Het curriculum van de opleiding sluit aan bij de meest recente ontwikkelingen in het vakgebied, houdt rekening met de ontwikkelingen in het werkveld en is maatschappelijk relevant.
  3. De voor de opleiding ingezette docenten bieden de studenten optimaal de mogelijkheid om de leerresultaten te behalen.
  4. De opleiding biedt de studenten adequate en gemakkelijk toegankelijke voorzieningen en studiebegeleiding.
  5. De onderwijsleeromgeving stimuleert de studenten om een actieve rol te spelen in het leerproces en draagt bij tot een vlotte studievoortgang
  6. De beoordeling van de studenten weerspiegelt het leerproces en concretiseert de beoogde leerresultaten.
  7. De opleiding verstrekt volledige en leesbare informatie over alle fasen van de studieloopbaan.
  8. Informatie over de kwaliteit van de opleiding is publiek toegankelijk.